n°3 - septembre

L’HISTOIRE DES TECHNIQUES ENTRE DEUX CHAISES

Cela se dit de l’histoire des sciences : discipline rejetée dans les ténèbres extérieures par de nombreux scientifiques, elle n’est pas mieux traitée par nombre d’ historiens. Et ajoutons - y les difficiles contacts avec l’ épistémologie : l’ historien des sciences est assis entre deux chaises.

Idem pour l’ historien des techniques. Du côté de l’ Histoire, la discipline qui décrirait l’évolution des techniques –sauf chez les préhistoriens, et pour cause- ne pénètre que lentement dans les programmes universitaires ; et du côté des Sciences appliquées, les cours qui étudieraient la technique en évolution sont encore très rares- sauf quant il s’agit des « technologies de pointe », où l’approche historique est la seule possible !

Les explications de cette absence n’ont pas manqué : difficile rencontre de deux cultures (littéraire-humaniste et scientifico-technique), refus « technocratique » d’une éventuelle remise en cause du système technicien (pour reprendre un titre d’Ellul)par le détour de l’histoire, inutilité économique de recherches que l’on voudrait présenter comme aussi oiseuses que les spéculations byzantines sur le sexe des anges ...

Une explication nouvelle peut-être ; il ne vous déplaît point qu’elle se résume à une question de vocabulaire. L’histoire, ce n’est pas l’étude du passé, c’est l’étude du développement de l’humanité, ce qui ne privilégie nullement, bien au contraire,
le passé par rapport au futur. La prospective est une partie intégrante de l’histoire.

Cette définition élargie, n’est-ce qu’une pirouette terminolo¬gique pour imposer une discipline encore jeune ? Ou si c’était une très profonde justification d’un discours sur l’histoire de la technologie ?

Technologia Bruxellensis publie donc des articles concernant toutes les branches de la technologie, étudiées sous leur aspect historique, sociologique et économique.

DE GESCHIEDENIS VAN DE TECHNIEK TUSSEN TWEE STOELEN

Men beweert van de geschiedenis der wetenschappen dat ze een door vele wetenschapsmensen in de diepe duisternis verworpen discipline isen dat vele historici ze ook niet beter behandelen. Voegen we daarbij de moeilijke contaen inzake kennisfilosofie dan zit de historicuscan de wentenschappen werkelijk tussen twee stoelen.

Hetzelfde geldt voor de historicus van de techniek. Vanuit het oogpunt van de geschiedenis komt de discipline, die de evolutie van de techniek beschrijft - behalve bij de voorhistorici en met rede -langzaam in de universitaire programma’s. Van de kant van de toegepaste wetenschappen zijn de lessen die de evolutie van de techniek bestuderen zeer zeldzaam, behalve wanneer het gaat om de verst gevorderde technologie, waar de nabije geschiedenis de enig mogelijke is.

Redenen voor deze afwezigheid ontbreken niet : moeilijke ontmoeting van twee culturen (de litterair-humanistische en de wetenschappelijk- technische), « techno cratische » afwijzing van een eventuele herneming van het technisch leerstelssel door een terugkeer naar de geschiedenis, economische zinloosheid van opzoekingen die men zou voorstellen als even nutteloos als een Byzantijnse speculatie omtrent het geslacht van de engelen ...

Een nieuwe uitleg misschien omschrijft het probleem als een kwestie van definitie’s. De geschiedenis is niet de studie van het verleden, maar het is de studie van de ontwikkeling van de mensheid en deze bevoordeelt geenszins, in tegendeel, het verleden ten overstaan van de toekomst. Het onderzoek van de toekomst is een integrerend deel van de geschiedenis.

Is deze bredere definitie een uitvlucht in woorden om een jonge discipline op te dringen, of het een verrechtvaardiging van een gesprek over de geschiedenis van de techniek ?

[1 C’est nous qui soulignons.

[2Nous maintenons évidemment l’imprécision du texte original ; on sait que l’empattement des chemins de fer européens est, en général, de 1435mm.

[3 Il convient évidemment de ne pas limiter toute activité artistique aux seules ressources du fonctionnalisme. La monotonie engendrée par la perfection est inhumaine.

[4 Deze verving toen een tweede vertikale stoommachine met vrije kondensatie. Konstrukteur en konstruktiedatum zijn onbekend. Gekende technische gegevens : Ø zuiger : 0,18 m ; slaglengte zuiger : 0,45 m ; expansie op 1/3 ; 70 dubbele slagen per min. ; 10,5 pk bij 7 atm. (naar ter p1aatse bewaarde technische expertise door Ir. De Heem, 23.04.1898).

[5 Gent, Rijksarchief, Provinciaal Archief 1830-1850, Aanvragen stoommachines (Machines à Vapeur, bundel 2196).

[6In 1845 werd deze eveneens lid van de pas opgerichte nijver-heidskamer van Landskouter, een gemeente die toen slechts één stokerij en enkele steenbakkerijen bezat ...

[7 Zie voetnoot (2).

[8Gaarne doen wij bij deze beroep op de technische kennis van de geïnteresseerde lezer, om na een eventueel plaatsbezoek, zijn bemerkingen te laten geworden over de mogelijkheden en kostprijzen van een dergelijke restauratie.
Vrijwilligers kunnen de schrijver van dit artikel kontakteren op zijn persoonlijk adres (Voetbalstraat 4, 9000 Gent) of via de Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg, Jozef II-straat 30, 1040 Brussel. Met dank.



















info visites 118303

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française