11(3-4)

Enkele technische data

De rasterfijnheid van de letters is, in praktijk, zó dat men uitgaat van zeven verticale lijnen met elk zeven mogelijke punten, of velden. Dus 49. De eerste en laatste verticale lijn zijn altijd leeg, voor de spatiëring, alsook alle velden onder en boven. Dus de eigenlijke letter staat, op uitzonderingen na, in de 25 centrale velden.

Bij 5 letters/ seconde heeft men dus een maximum van 245 velden, d.w.z. de Baud-rate is 245. De Feldfernschreiber doet het langzamer, nI. 2,5 letters per seconde, dit is 122,5 baud. De grondfrequentie van deze signalen is dus, bij maximale alternantie van impuls/ pause, 122,5 Hz bij 5 letters/seconde en ong. 61, ... bij 2,5 letters/ seconde. Het a-synchrone type was voor maximum 6,1 letters/ seconde, dus 300 Bd, met een grondfrequentie van 150 Hz ontworpen. Die grondfrequentie bepaalt de nodige bandbreedte, daar men toch hoofdzakelijk over de radio wil seinen. Het is merkwaardig dat het Hellsysteem, volgens proeven door Siemens, nog leesbaar te ontvangen is wanneer men slechts deze grondfrequentie uitstraalt. Bij een telex-signaal is dit zeer gewaagd, daar bij zo een « ronde » impulsvorm, de hele ontvangstmarge verloren gaat. Toch houdt men zich, met het oog op de selectieve fading op korte golf, aan de klassieke regel, volgens welke men tot en met de derde harmonische van de grondfrequentie uitzendt (dus hardere flanken). Zo heeft men bijvoorbeeld voor de Feldfernschreiber het volgende :
Impulsen/seconde of baud-rate : 122,5
Grondfrequentie : (afgerond) Hz 61,-
3de harmonische hiervan : 183 Hz
Moduleert men hiermee een draagfrequentie dan beslaat men een band van 183 x 2 = 355 Hz.
Nu is het zo dat Hell-signalen volgens de Radio-Conferentie van Kairo in A-1 (zoals Morse) mogen worden uitgezonden. Het blijft dus bij die 366 Hz. Met de gangbare radioteletype (RTTY) zit het anders.

De gangbare radioteletype werkt om veiligheidsredenen in F-1, zeg maar twee frequenties, één voor « mark » en een voor « pause », en bij de gebruikelijke « zwaai » (2 x de zwaai is wat de Angelsaksers Shift noemen) beslaat zo een signaal, voor een snelheid van 6,-lettertekens/seconde (dat is hier 45 Baud) toch ook een aanzienlijke bandbreedte. Is genoemde Shift 170 Hz, dan komt men bijvoorbeeld op ongeveer 320 Hz. Veel diensten zoals de persagentschappen, die met een Shift van 425 Hz werken, beslaan ruw geschat bij 50 Baud zowat 500 Hz. Een Hell-signaal van het snellere type, nI. 5 letters per seconde, zoals voor de pers inderdaad gebruikelijk was, beslaat natuurlijk, in A-1, het dubbele van 366 Hz, zeg maar 730 Hz, hetgeen nog altijd tamelijk smalbandig is.

Anderzijds is het qua energieverbruik en levensduur van de zender voordelig, dat men in A-1 kan werken, daar slechts voor ongeveer 1/3 van de tijd het volle vermogen hoeft te worden geleverd.

Merkwaardig is tenslotte, dat de Hell-ontvanger logischerwijze in staat is zowel latijnse als andere lettertekens neer te schrijven, zonder dat daar enige technische verandering op de ontvangstzijde nodig is.
Om te eindigen willen wij er nog op wijzen dat volgens berichten het Chinese persagentschap een aangepast Hell-systeem over de radio gebruikt. Het is inderdaad te begrijpen, aangezien Chinese tekens zo talrijk zijn dat zij niet met de gebruikelijke codes kunnen worden omvat.

Wat de amateurs betreft die thans Hell-telegrafie beoefenen met hun computers, zij hebben alle voordelen van het systeem zonder enig nadeel.

Niet alleen zijn zij van het papier verlost, doch bovendien hoeven zij niet meer in de vaste kadans te schrijven, daar zij hun tekst naar goeddunken full speed in een buffer kunnen afleggen, waaruit de tekens voor het zenden tegen de vaste snelheid worden afgenomen.

[1A la fin du livre se trouvent : un tableau chronologique des principaux épisodes de la vie de Darwin ; une chronologie du voyage sur le Beagle, une carte avec le tracé des expéditions terrestres de Darwin, l’arbre généalogique des familles Darwin, depuis Erasmus, et Wedgwood, depuis Josiah, ainsi qu’une bibliographie comprenant les œuvres de Darwin, des biographies et des études sur l’évolution en général.

[2Il faut citer une préface de 40 pages de J. Riera, qui se place dans le contexte du concept d’évolution et en retrace l’histoire. On y trouve également quelques indications sur D. Papp et sur ce livre.

[3L’année 1982 a vu la célébration du centenaire de la mort de Darwin ; il n’est pas inutile de souligner que l’ouvrage a paru en 1983.



















info visites 337476

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française