5(2)

De inventarisatie van het in een bepaalde periode bestaande
materieel is het eerste probleem dat wij moeten oplossen. Vaak is dat
moeilijk. Over het algemeen vinden wij immers maar een eerste spoor
van het bedoeld verschijnsel [7].
Het feit dat wij het in b.v. 1750 aantreffen, betekent geenszins dat het niet ouder is. Zo maar stellen dat het veel
vroeger te voorschijn kwam is echter ook gevaarlijk. Als er behoefte aan
iets is, en als het technisch mogelijk is het te verwezenlijken, kan het inderdaad uitgedacht worden, maar dat moet niet. Het wiel was zo’n 6000
jaar geleden bekend. Het duurde evenwel duizenden jaren voordat men
de kruiwagen uitvond (eerste spoor = 13de eeuw), en nog meer voor de
steekkar. Nochtans bestonden behoefte en mogelijkheid.

Niet zelden is het ook moeilijk te bepalen welke de eigenschappen van een voorwerp waren. Een vergelijking van de oude steekkar met de recente toont evenwel onmiddellijk aan hoe belangrijk het is
te weten dat het voorwerp werkelijk kon doen. Moderne steekkarren zijn
veel handiger dan de eerste. Hun nut is dus groter en juist dat verklaart
de indrukwekkende verspreiding van dat voertuigje heden. Het is immers
zo, en dat illustreert het belang van de laatste vraag, dat de steekkar inderdaad reeds in de 18de eeuw bekend was, maar slechts in de tweede
helft van de 20ste eeuw werd haar gebruik algemeen. Voor de mens
werd ze dus pas verscheidene eeuwen na haar ontstaan van groot belang en uiteindelijk is dat toch één van de voornaamste doeleinden van
het onderzoek, namelijk te weten hoe de mens werkte en leefde.

Bibliografie

P.M.N. Benoit, 1863. - Guide du meunier et du constructeur de moulins. Parijs :
2.869.

L. Daubry, Gilly : prospectus

J. David, 1979. - Het middeleeuws gereedschap. Enkele problemen, in Handelingen van het genootschap voor geschiedenis gesticht onder de benaming Société d’Emulation te Brugge, 116 : 5-26 : 7sq.

J. David, 1980. - De snijpasser, een middeleeuwse uitvinding ? in Technologia 3,
43-52.

W. Hansen, 1967. - Aufbau und Zielsetzung einer Kommission für Gerätefor- schung, in Arbeit und Volksleben, Göttingen, 100-122 : afb. 2.

M. Hegelbacher, 1917. - Aménagement de la petite usine. Parijs : 38.

E.H. Knight, 1876-74. - American mechanical dictionary, New York : 3.2631 ;
3.2009.

Ch. Laboulaye, 1847-61. - Dictionnaire des arts et manufactures et de l’agriculture.
Parijs : s.v. moulin.

Malouin, 1767. - Description et détails des arts du meunier, du vermicellier et du
boulanger
..., Parijs : pl. 2.

H. & G. Rose, Poissy, Appareils de malterie, 1908 : 59.

J. Weyns, 1974. - Volkshuisraad in Vlaanderen, Beerzel : 1088.

Chas. A. Strelinger & Co., Detroit.
Wood workers’ tools, being a catalogue of tools, supplies, machinery and
similar goods
, 1897 : 813.

Hammacher, Schlemmer & Co, New York,
Illustrated catalogue and price list of tools ..., 1896 : 315.

[1 Steekkar uit Grimbergen (Museum voor de Oudere Technieken, inv. nr V. 80.18).

[2 Karretje uit Meise. Gebouwd om een lichte elektrische motor te verplaatsen voor een
beerpomp, een koekenbreker, e.d. (Museum voor de Oudere Technieken inv. nr. B. 81.3).
Zo’n motor werd ook vaak op een draagberrie bevestigd. Zie b.v. het eksemplaar van het
Museum voor de Oudere Technieken (inv. nr. V. 81.11).

[3 Benoit, 1863 : 2.869 merkt op « un ouvrier peut sans fatigue travailler sa pleine journée
à des transports faits à l’aide de cet engin ».

[4 Malouin, 1767. Ook de benamingen van de steekkar wijzen op een jonge ouderdom. In
vele talen heeft men zeer laat een bestaande term, die een ander voertuig aanduidde,
overgenomen. Merkwaardig is dat het Franse woord « brouette » dat oorspronkelijk naar
twee wielen zou verwijzen, maar in feite voor de kruiwagen, met één wiel dus, gebruikt
werd, tot in de 19de eeuw de naam van de steekkar was, en dus opnieuw een voertuig
met twee wielen aanduidde.

[5 Het eksemplaar dat door dezelfde auteur getekend werd op p. 1090, heb ik niet gezien,
maar men mag zich afvragen of het hier wel om een steekkar gaat. Het zou ook een karretje kunnen zijn, dat, al wordt het vertikaal gehouden om er de zak gemakkelijk op te krijgen, horizontaal verreden werd.

[6 In de catalogus van H. & G. Rose is er sprake van een gewone steekkar met wielen van
gietijzer, en van een « brouette (= steekkar) silencieuse ..., roues en caoutchouc ». Laatstgenoemde hebben als voordeel « de ne pas écraser les grains, de ne pas abîmer les parquets et de ne pas faire de bruit ».

[7 De oudste sporen van het bestaan van de snijpasser b.v. dateerden van de 18de eeuw.
Dankzij één miniatuur werd bewezen dat het werktuig reeds in de 16de eeuw bekend was.
(David 1980).

[8 A cette époque, la plupart des chercheurs de renom dans le domaine de la photographie
étaient principalement orientés vers les problèmes que posait la reproduction de l’image
par des procédés photomécaniques, comme l’héliogravure, la photolithographie et la
phototypie. Il est donc assez étonnant de constater le manque d’intérêt de Van Monckhoven à cet égard. Pour la 7e édition de son « Traité », il alla jusqu’à solliciter la collaboration du français Léon Vidal pour la rédaction de ce chapitre particulier.

[9 Ce prix fut porté plus tard à 3.000 francs, selon le catalogue publié à Gand en juin 1880.

[10 Selon toute vraisemblance, l’épouse de Van Monckhoven avait un lien de parenté avec
D. Tackels, également fabricant de plaques et papiers photographiques, établi à Gand. Il
est toutefois certain qu’après le décès de Van Monckhoven, son épouse continua avec
succès la gestion de la firme (Roosens, 1974).

[11 Il pourrait s’agir d’un second mariage, car certains indices nous font croire à l’existence
de deux enfants, un fils et une fille, lorsque Van Monckhoven était établi à Vienne

[12 Dans son catalogue, en date de juin 1880, la maison Van Monckhoven proposait aux photographes son émulsion sèche en paquets de 100 grammes au prix de 32 Frs. et également des plaques sèches prêtes à l’emploi à des prix variant de 4 à 60 Frs. la douzaine,
selon dimensions.



















info visites 176710

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française