4(4)

Op sommige hoefstallen bouwde men een windas, waarmee
men het dier even kon optillen. Deze inrichting is vooral nuttig voor zware
hengsten, die op drie poten gauw moe worden. Eén of meer riemen onder
de buik draagt dan hun gewicht. Ook wanneer het dier te wild is, wendt
men dat middel aan. Het windas lijkt in onze streken weinig gebruikt geweest te zijn, hoewel T. Radcliff er een duidelijke afbeelding van geeft
(afb. 2) [3]
en A. De Give (1888) het als een gewoon onderdeel van de
hoefstal voorstelt.

Op te merken valt dat de smid vele paarden uit de hand, d.i. zonder de hulp van de hoefstal beslaat. Dat is vaak het geval met de jonge
en dus wildere dieren, die men met de hand op een soepelere wijze kan
houden, en in het algemeen met de lichte paarden. De hoefstal wordt
vooral voor zware dieren gebruikt (Kroon et al., 1953). Volgens sommige
auteurs, enkel wanneer alle andere middelen faalden (Dieterichs, 1823).

Afb.3

Al is de documentatie over de middeleeuwse hoefstal betrekkelijk arm, wij vinden er verscheidene sporen van in de 14de eeuw. Zo b.v.
in de vermoedelijk Vlaamse Roman van Alexander, waar een paard en ...
een gans, beslagen worden [4].
Het toestel bestaat uit vier stijlen die bovenaan en onderaan door acht horizontale balken verbonden zijn. Hetzelfde model zou een miniatuur uit een Franse vertaling van het Rustican
du cultivement
van Petrus de Crescentiis, gedateerd van 1373, kunnen
tonen (afb. 3) [5].
Slechts het achterdeel van de hoefstal is evenwel
zichtbaar. Een smid bewerkt hier een hoef met zijn veegmes. Ook het retabel Het mirakel van sint Elooi in de kathedraal van Elne (Frankrijk), ditmaal van de 15de eeuw, mag bij dat model gerekend worden (afb. 4). Het
feit dat de stijlen boven twee bogen vormen, een vrij moeilijke bouwwijze,
mag men immers waarschijnlijk toeschrijven aan de wil van de kunstenaar om dat lomp raam enigszins eleganter te maken.

Wij moeten die afbeeldingen uiteraard niet als foto’s beschouwen, die elke bijzonderheid weer zouden geven, maar het is toch opvallend dat ze alle een eenvoudige hoefstal voorstellen. De haken b.v., waar
men de poot van het dier aan vastbindt, zijn er niet op te zien. Al de stallen zijn lang vermits het paard - in de middeleeuwse documentatie heb
ik nog geen rund in een hoefstal aangetroffen - er telkens in zijn geheel
in staat.

[1 Ook stravelje, strevalje, enz. (Ghijsen, 1968). De ontlening aan het Frans travail, dat nu nog de
hoefstal aanduidt, is niet jong. Het woord komt reeds voor in het Brugse Livre des métiers van
ca. 1340 : ende zegh den smet dat hi legghe / den perde de brake / eer hij ’tsteke / in de travaille
(Gessler, 1931).

[2 De hoefstal, afkomstig van I. Vermeren, « de smid van Lint » (Grimbergen), staat voorlopig
naast de Tommenmolen.

[3 Radcliff, 1819, plaat 5 en p. 218 : should the horse be extremely vicious indeed, he can be raised
from the ground in a minute, by means of a cradle-sling of strong girth web, hooked to the upper
side-rails, which, with a slight hand-spike, are turned in the blocks that support them (the extremities of the sling thereby coiling round them), till the horse is elevated to the proper height, and
rendered wholly powerless
.

[4 Oxford, Bodl. ms. 264, f° 107 en 124v°. Uitgegeven door M. R. James, The Romance of Alexander, Oxford, 1933.

[5 Parijs, B. N., ms. fr. 12.330 f° 214v°.

[6 Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers ... mis en ordre et publié par D. Diderot Parijs, 1740-80, s.v. maréchal-ferrant. De verklaring luidt als volgt : 1) Anneau
servant à passer une corde lorsque l’on donne des breuvages aux chevaux. 2) Levier servant à
tourner la barre pour monter les soupentes. 3) Soupentes. 4) Doubles soupentes servant de poitrail
et de reculement pour maintenir le cheval dans le travail. 5) Soupentes servant de même. 6) Barres
de fer appelées main de travail, servant à lever les piés de derrière des chevaux, soit pour les ferrer
ou opérer. 7) Main de devant servant à lever les piés de devant, soit pour les ferrer ou pour les opérer. 8) Coussinet placé en-dedans du travail, de peur que les chevaux ne s’estropient. 9) Anneau
donnant attache aux plates-longes avec lesquelles on lève les pieds des chevaux. Wellicht staat
stuk 1 aan de verkeerde zijde. Het ziet er immers handiger uit het aan de voorkant te bevestigen. Of was het de gewoonte het paard langs beide zijden binnen te laten, zoals de Garsault
(op. cit.) het schrijft : doordat de gaten van dezelfde grootte waren, konden de pennen van de
losse stukken zowel voor- als achteraan in de stijlen gestoken worden.

[7 Domaniaal rentenboek van het land van Dendermonde, ca. 1350, aangehaald door Lindemans
(1952).

[8 Vriendelijk meegedeeld door de heer J. Creasey, bibliothecaris van het Museum of English Rural Life te Reading, die de hoefstal als « betrekkelijk ongewoon » beschouwt. In hun A handbook of horsesshoeing (Edinburgh, 1898) beschrijven J. N. O. A. W. Dollar en A. Wheatley een hoefstal voor runderen. Ze steunen evenwel veel op buitenlandse boeken, zodat hun werk niet als argument aangevoerd kan worden. Ik dank de heer E. Scourfield, conservator van het Welsh Folk
Museum te Cardiff, die me de verwijzing van het boek en fotocopieën bezorgde.



















info visites 168467

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française