3(1)

Weet men waar men naar zoekt en wat daarover reeds gekend is, dan bepaalt men waar en waarmee de proeven genomen zullen worden. De moeilijkheden die hierbij rijzen verschillen
sterk naargelang de bedoelde problemen. Daar de omstandigheden waarin en de voorwerpen waarmee geëxperimenteerd wordt, zo gelijk mogelijk moeten zijn met de oorspronkelijke,
dit zijn deze van de bestudeerde periode, veroorzaakt dat toch in nagenoeg ieder geval enige zorg.

Wie experimenteren zal, is ook een belangrijke vraag. De historicus of de archeoloog is meestal geen technicus. Hij mist bij gevolg de nodige kennis van zaken om een boom te
Vellen of een boot te sturen b.v., en als hij ze niet verwerft, zullen de resultaten van de proeven, weinig betrouwbaar zijn. De moderne ambachtman, boer of zeeman is evenwel ook niet
de aangewezen proefnemer omdat hij aan hedendaagse technieken, werktuigen of vervoermiddelen gewend is. De aanpassing aan de oudere zal heel wat tijd, moeite en goede wil vergen.

Tenslotte dienen de plaats waar, de omstandigheden waarin en de voorwerpen waarmee geëxperimenteerd zal worden, nauwkeurig en volledig beschreven te worden. Dit is van uiterst
belang om later te kunnen nagaan of één ervan geen bijzonderheid van de uitslagen kan verklaren.

Tijdens het experiment zelf dient de waarneming volledig en nauwkeurig te zijn, en de kleinste afwijking van het vooropgestelde programma aangegeven te worden. Alles moet gemeten,
gewogen, gechronometreerd en opgetekend te worden. Cijfers zijn hier uiteraard onmisbaar ; bijvoeglijke naamwoorden zoals groot, hard of normaal zijn totaal ontoereikend. Het gebruik van meettoestellen is vaak nodig. De proeven zullen herhaald worden om de invloed van het toeval zo klein mogelijk te maken of om in verschillende omstandigheden te kunnen werken ; dat laatste is van bijzonder belang wanneer onderwerpen zoals de landbouw bestudeerd worden, die sterk van de weeromstandigheden afhangen.

De beschrijving van de omstandigheden waarin en van de voorwerpen waarmee de proeven genomen werden, dient met de resultaten gepubliceerd te worden. Dit is niet alleen voor de
buitenlandse lezer noodzakelijk, die met de plaatselijke toestand en/of werktuigen niet vertrouwd is. ledereen moet over die inlichtingen beschikken. Indien de omstandigheden
en voorwerpen juist dezelfde zijn als de oorspronkelijke, is het gevaar voor fout niet groot en is de beschrijving van minder nut, maar dat is een louter theoretisch geval. In de praktijk zijn
er altijd verschillen en de vorser moet dan ook de nadruk leggen op de leemten in het bronnenmateriaal en op de onvolmaaktheden van de reconstructie in de brede zin van het woord.
M.a.w. hij moet de aandacht van de lezer op al de bijzonderheden vestigen, die een resultaat eventueel vervalsd hebben, ook wanneer hij niet onmidde lijk inziet hoe ze een invloed kunnen
gehad hebben. Zelf, vaak na maanden of jaren inspanning, de zwakke punten van zijn werk onderstrepen, is niet aangenaam. Het is nochtans enkel zo dat men aan de lezer een bruikbaar
document kan verschaffen.

De conclusies tenslotte moeten uitermate voorzichtig zijn.
Rekening dient immers gehouden te worden met al de verschillen tussen de oude en de hedendaagse situatie, zowel die waaraan men gedacht heeft als al de andere, die onopgemerkt
bleven. Ook de menselijke factor (kennis, ervaring, handigheid, enz.) moeten in acht genomen worden. Wanneer geëxperimenteerd wordt om de bestemming van een ongekend voorwerp
te bepalen, dient de nadruk gelegd te worden op het feit dat de identificatie hypothese blijft, enz.

Dat alles lijkt vanzelfsprekend maar wordt soms verwaarloosd. Meer dan eens b.v. worden vraagstukken in de lijst vergeten en bij gevolg niet bestudeerd of is de beschrijving niet duidelijk
genoeg. ln de slechtste gevallen zijn de resultaten onbruikbaar of de conclusies onbetrouwbaar.

De experimentele methode is moeilijk maar voor de geschiedkunde onmisbaar. Het is te hopen dat ze meer toegepast zal worden, ook in gebieden die ze tot nog toe schuwen. Voorbeelden
zoals de bijdragen van Reynolds en van Steensberg wijzen de weg.

[1 Archives générales du Royaume, Conseil des Finances, n° 4651.

[2 Ce "retard" dans l’emploi de fours à chaux "new-look" pourrait provenir tant de l’abondance du bois de chauffe dans cette région que de l’éloignement des centres charbonniers.

[3 Le terme "harmonique" est généralement utilisé dans un sens impropre.
En réalité, un son est composé d’harmoniques si le rapport des fréquences de deux harmoniques sont égales au rapport de deux entiers naturels. Dans les autres cas, on parle de "partiels" (Benade, 1976).

[4 Information que M. Stockhausen m’a fournie personnellement pendant la visite qu’il a effectuée au Musée Instrumental de Bruxelles en mars 1977.



















info visites 176937

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française