Blas, Godefroid-Charles

Godefroid-Charles Blas wordt geboren op 7 september 1839 te Freiburg im Breisgau (D) als
zoon van dokter Julius Blas. Als apotheker en doctor in de Wetenschappen van de Universiteit
van Giessen wordt hij, op aanraden van prof. Louis Henry (1834 – 1913), in 1866 benoemd
tot geaggregeerd hoogleraar aan de Faculteit Wetenschappen van de Leuvense Universiteit.
Hij zal er scheikunde doceren aan de pas opgerichte Speciale Scholen. In 1867 wordt hij
buitengewoon hoogleraar, in 1871 gewoon hoogleraar.

Veelzijdig en proefondervindelijk onderricht

Van 1867 tot aan zijn emeritaat in 1912 geeft hij analytische scheikunde aan de studenten
apotheker, ingenieur en doctor in de wetenschappen en begeleidt deze laatste in hun
laboratoriumwerk. Blas onderwijst praktische en theoretische farmacie, die vanaf 1891 samen
de cursus farmacochemie zullen vormen. Vanaf 1876 richt hij ook een leerstoel
toxicologische scheikunde in voor de studenten apotheker. Aan de studenten geneeskunde
verstrekt hij onderricht vanaf 1871 in de farmacologie, geschiedenis van de geneesmiddelen
en medische aangelegenheden. Deze worden later (in 1877) samengebracht in de cursussen
farmacognosie en Beginselen van de farmacie.
Bij zijn aankomst in Leuven moet Blas echter vaststellen dat het praktisch onderricht, ook in
de farmacie, op een laag peil staat. Wegens zijn beperkte kennis van het Frans doceert hij
aanvankelijk in het Latijn. Door zijn organisatietalent en doorzetting kan hij stilaan zijn
groeiend aantal studenten toch een praktische opleiding aanbieden die zelfs de meest recente
ontwikkelingen in deze wetenschappen omvat (vb. kwantitatieve elektrochemische analyse,
als eerste in België). Hij mag als de grondlegger van het Farmaceutisch Instituut van Leuven
beschouwd worden.

Veelvuldige publicaties

Zijn voornaamste werk, het driedelig handboek “Traité de chimie analytique”, uitgegeven in
1886, kende in 1912 reeds zijn vijfde druk. Het eerste deel behandelt de analyse langs droge
weg. Procédés, instrumenten en reagentia worden op een logische manier samengebracht tot
een soort vademecum, dat ook bij veldonderzoek zijn diensten bewijst. Het wordt afgesloten
door een uitgebreide bibliografie. In het tweede deel is de analyse langs natte weg aan de
beurt met talrijke praktische voorbeelden en referenties naar de algemene chemie. Het derde
deel bespreekt de kwantitatieve analysemethoden : gravimetrie, titrimetrie, colorimetrie,
densimetrie, refractometrie, organische analyse, zelfs microscopie, elektrolytische analyse,
enz., telkens met praktische voorbeelden uit vele industriële sectoren.

Blas publiceert regelmatig in tal van tijdschriften, zoals Les Bulletins de l’Académie royale
des sciences, des lettres et des beaux arts de Belgique, Verzamelde rapporten van de Hoge
Gezondheidsraad (van beide is hij lid), Verzamelde documenten over de samenstelling van
normale levensmiddelen in België, de Liebig Annalen, Bulletin de l’Union des Ingénieurs
sortis des Ecoles Spéciales de l’Université catholique de Louvain, de Journal des Sciences
médicales de Louvain, enz.

Sociaal geëngageerd onderzoeker ten bate van de volksgezondheid en betere
arbeidsvoorwaarden

Scheikunde moet ten dienste staan van de geneeskunde en de hygiëne, poneert Blas. Aan de
consument moet een gezonde voeding aangeboden worden, aan de arbeider meer bescherming
en gezonde lokalen.
In die context voert hij onderzoek uit naar de (vooral chemische) kwaliteit van drinkwater,
meer bepaald deze van de stad Leuven (1884). Het door Blas uitgewerkt analyseprotocol is
momenteel in grote lijnen nog steeds geldig. In zijn beoordeling van de resultaten verwerpt hij
de kritiekloze overname van strakke limieten zoals die gangbaar zijn in andere landen. De
chemicus moet met doorzicht oordelen in functie van de omstandigheden, tijdstip en plaats
van monstername. Putwater naast een oude zoutziederij zal meer natriumchloride bevatten
dan deze op groenten- of vismarkten, die rijker zullen zijn aan organische stoffen. Ook wasen
lozingsplaatsen kan hij aanwijzen door zijn wateranalysen. Blas maakt een hydrologische
kaart van de watertafel van Leuven en omstreken en pleit bovendien voor
drinkwaterverdeling, voor een hygiënische milieuzorg en voor een statistische opvolging van
de drinkwaterkwaliteit over heel het land. Dit laatste wordt gerealiseerd door een enquête
georganiseerd op aansporen van de Minister van Landbouw, Leon de Bruyn, in zijn
Rondschrijven van 19 augustus 1893.
Andere onderzoeken ter bescherming van de consument handelen over alcoholische dranken,
het gebruik van antimoon bij het vervaardigen van sproeikoppen voor spuitwater, het gebruik
van rubberslangen voor biertapinstallaties, ontsmettingsmiddelen bij de Belgische
Spoorwegen, het gebruik van glycyrrhizine in de brouwerij (zoetstof uit zoethout, dat bij
overmaat hyperkaliurie en aderspat kan veroorzaken), de aanwezigheid van salicylzuur (als
ontsmettingsmiddel) in bieren, voorschriften bij de verkoop van gevogelte en wild, enz.
Hij bepaalt nauwkeurig de chemische en toxicologische eigenschappen van murrayne en
thevetine, twee stoffen uit tropische planten, bekend om hun koortswerende werking. Hij
ontdekt picrotoxine, een neurotoxisch alkaloïde uit een tropische klimplant (Anamirta
cocculus), dat als antidotum (ademhalingsstimulans) kan (voorzichtig) gebruikt worden in
geval van coma door barbituraten of morfine.

Zijn expertise wordt ook dikwijls ingeroepen om bepaalde arbeidsvoorwaarden onder de loep
te nemen in ateliers voor reiniging en bereiding van pluimen en dons, juteweverijen,
melkerijen, borstelfabrieken, acetyleen- en koperfabrieken, stortplaatsen voor bietenpulp of
huishoudelijke afval, enz.

Blas blijft vaderlijk bezorgd voor zijn afgestudeerden zonder opdringerigheid. Hij besteedt
zijn schaarse vrije uren graag aan een hobby van zijn jeugdjaren : het herboriseren rond zijn
woning in Oud-Heverlee.
Hij neemt sereen afscheid van het leven te Leuven op 9 november 1919.

Paul Balduck
paul.balduck@telenet.be


titre documents joints

14 september 2010
info document : PDF
25.2 kB


















info visites 228173

     COCOF
                      Avec le soutien de la Commission
                           communautaire française